Bij de supermarkt

Zoals bijna elke dag liep ik vanmiddag twijfelend langs de schappen: wat moet ik vanavond nu weer eten? Een wezensvraag waartegen geen spiritueel kruid is gewassen. Diepe zucht. Het is zelfs nog erger: heb ik eindelijk bepaald wat het gaat worden, laad ik geduldig de ingrediƫnten voor een bepaalde maaltijd in mijn mandje, dan sta ik bij de kassa en bedenk ik me dat ik eigenlijk helemaal geen zin heb in andijviestamppot. Waarna het weer van voren af aan begint.

Toen ik vanmiddag deze loop drie keer had doorlopen – een persoonlijk record! – bekroop mij het gevoel dat het misschien toch niet zo goed zat als ik dacht met mijn Derde Privilege. De rapportcijfers die ik dit winkelbezoek moest geven logen er niet om: doelgerichtheid 4; vooruitdenken 2; zelfdiscipline 3; en – tegen het eind – zelfrespect 4. Je zou je zelfs vraagtekens kunnen zetten bij het Eerste Privilege: zelfredzaamheid een klein zesje.

Maar tijdens de laatste ronde, terwijl ik sta te aarzelen voor het drankenschap, brommend op mijzelf en mijn inefficiĆ«ntie, gebeurt er iets waardoor ik mijn oordeel toch herzie. Een dame – begin zestig, denk ik, lief, een beetje moe – vraagt mij bezorgd: “Gaat het wel goed met u? Heeft u het benauwd?” “Jazeker, niets aan de hand – waarom vraagt u dat?” “Nou, ik zie u steeds zo zwaar ademen in uw sjaal.” O, dat! Lachend leg ik haar uit dat ik een nieuw geurtje op mijn sjaal heb en dat ik zo probeer te beslissen wat ik er wel en niet lekker aan vind. “O, mag ik ook ruiken? Ja, dat is zeker lekker! Ja ziet u, tegenwoordig vraag ik het maar, als ik denk dat iemand zich niet lekker voelt. Beter dan dat je te laat bent en iemand onderuit gaat!” Dat beaam ik en stel haar nogmaals gerust. “En wat lief en zorgzaam van u dat u zo oplet! Dat geeft mij nou echt een veilig gevoel.” Babbelend lopen we door naar de kassa en groeten elkaar hartelijk bij het verlaten van de super.

Gelukkig: het zit toch goed met mijn Derde Privilege – beter dan ooit, misschien wel. Want vroeger, toen ik nog “sociaal gehandicapt” was, zou ik me in zo’n situatie aangevallen en ongemakkelijk hebben gevoeld, en had ik absoluut niet geweten wat ik moest zeggen. En nu maak ik moeiteloos de verbinding met iemand die ik helemaal niet ken door middel van wat ik ooit zou hebben beschouwd als inhoudsloos gebabbel, maar wat ik nu herken voor wat het is: sociaal bindmiddel. Niet de inhoud, maar de vorm en de connectie is belangrijk. Beter nog: door mijn reactie voelen we ons allebei beter. Zij kijkt frisser uit haar ogen; ze heeft iets goeds gedaan en een gezellig praatje gemaakt. En ik, ik ben verlost van de negativiteit in mijn hoofd. Mijn geaarzel en getwijfel is helemaal doorbroken. Vrolijk ga ik naar huis.

Nu lekker eten!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *